St. Hubertus, schutspatroon van de jagers, valkeniers en jachthoornblazers


De geschiedenis van Sint Hubertus
Over Sint Hubertus, de Apostel van de Ardennen, is veel verteld. Naast zijn legende zijn er verhalen over zijn afkomst. In zijn leven wordt hij van edelman eerst kluizenaar, vervolgens bisschop en ten slotte een heilige. 

Sint Hubertus-legende
Volgens de legende bekeerde Hubertus zich tot het christendom na het zien van een hert met een schitterend stralend kruis tussen de geweistangen. Dat zag Hubertus toen hij in het jaar 683 het hert op Goede Vrijdag - de sterfdag van Christus - najoeg met zijn kruisboog in de bossen van de Ardennen. Vlak voor dat hij aanlegde voor het genadeschot met een pijl uit zijn boog, draaide het hert zich om en toonde Hubertus zijn gewei met daartussen het stralende kruis. Hubertus hoort een stem zeggen: 'Hubertus, waarom verlies je je tijd in dergelijke bezigheden? Als je je niet tot de Heer keert, zul je naar de hel gaan. ' Hubertus knielt neer en vraag wat hij moet doen. 'Ga naar mijn dienaar Lambertus en doe wat hij u zegt, ' is het antwoord. Bij het zien van het kruis en het horen de stem, herinnert hij zich ook dat een hert een deel van Gods schepping is, die onderhouden en bewaard moest worden. De oorzaak voor zijn jachtpassie - zo verhaalt de legende - is dat zijn geliefde vrouw Floribane jong was gestorven.

Zijn afkomst
Over Hubertus zijn afkomst gaan meerdere verhalen. Je leest dat hij 655 of 656 in de Voerstreek of in Toulouse is geboren is. Volgens de derde van de zeven officiële levensbeschrijvingen in Toulouse, als de oudste zoon van de Frankische edelman Bertrand(us), hertog van Aquitanië, en zijn gemalin Huberna; zij was mogelijk een zus van Sint Oda. Aquitanië is de streek aan de Franse Atlantische kust bezuiden Bordeaux tot aan de Pyreneeën. Hubertus zijn grootvader was Charibert, de koning van Toulouse. In dat geval was Hubertus een achterkleinkind van de Franse koning Clovis. Een ander verhaal is dat een broer van Bertrandus, Chuchobertus en zijn vrouw Irmina de ouders van Hubertus zouden zijn geweest. Zijn zus Plectrudis was dan getrouwd met Pippijn de Tweede van Herstal (635-714). Chuchobertus was een seneschalk aan het hof van Clodovech (Clovis) de Derde. En in die functie belast met het financieel beheer en de juridische aangelegenheden zoals het innen van de belastingen en de koninklijke rechtspraak. Chuchobertus is waarschijnlijk de Frankische naam voor Hubertus. In een schenkingsakte van 13 mei 706 komt een 'Chuchobertus episcopus' als getuige voor bij een schenking van Pippijn en zijn vrouw Plectrudis aan de abdij van Echternach. Bisschop Chuchobertus is met grote zekerheid de latere Sint Hubertus. Hij staat als vierde op de lijst van de getuigen, waaruit een nauwe band met de beide schenkers mag blijken. De zus van Plectrudis was Bertrada. Zij is de moeder van de graaf Charibert van Laon en haar kleinkind Bertrada was de moeder van Karel de Grote. Hoe dan ook, Hubertus was mogelijk een telg uit de Frankische adel. Dit laatste verhaal over zijn komaf sluit ook bij de informatie dat Hubertus in de Voerstreek zou zijn geboren, zoals vermeld is in de oudste levensbeschrijving uit 744. In deze Vita Prima Sancti Huberti, van zo'n 16 jaar na zijn dood, kun je opmaken dat Hubertus de zoon was van de Heer van Voeren, graaf van Lohegau. Lohegau is de naam van het bosrijke gebied (lo) tussen Maastricht en Luik. Daar bewoonden zij in de 'Villa Fura', een burcht te 's-Gravenvoeren, gelegen in het Steenbos. Zekerheid is er niet. Want de huidige legende over Sint Hubertus is pas een aantal eeuwen na zijn dood op gang gekomen en steeds verder uitgebreid. U bent dus gewaarschuwd. Zo is het onderstaande verhaal over zijn leven vooral gebaseerd op het 'boexken' van de Belgische pater Zeebots dat pas in 1665 verscheen; 900 jaar na zijn dood.
En nadat de zevende Vita Sancti Huberti in 1526 was geschreven.

Edelman...
Als Hubertus achttien jaar is, slaat koning Dederik hem tot ridder. De jonge Hubertus was een innemende 'bon vivant' en geliefd aan de hoven waar hij verkeerde. Dat van koning Theodorik III van Bourgondië en in het Ardennen-kasteel van Pepijn (Pippijn) van Herstal.Theodorik schenkt Hubertus de graventitel van Parijs, maar als hij het mikpunt wordt van plagerijen van een jaloerse hofmeier Ebroin, gaat hij met andere edelen die Ebroin ook beu waren, naar Herstal aan de Maas waar hij hofmeier wordt bij zijn neef, hertog Pepijn. Hofmeiers waren mensen uit de hoge adel, die het paleis en het vermogen van de koning beheerden. Deze Pepijn veroverde na de slag te Tertry in 687 Neustria en voegde het aan Austrasia toe en legde daarmee de grondsteen voor het Karolingse Rijk. Een rijk dat zijn nazaat Karel de Grote vanuit Aken nog verder uitbreidde. Pepijn haalde ook de benedictijner monnik Willibrordus uit Engeland naar onze streek om de heidense Friezen te bekeren. Dat deed Willibrordus vanuit Utrecht en deels samen met Bonefatius. Later werd Willibrordus door paus Sergius tot bisschop verheven; dezelfde Sergius die ook Hubertus tot opvolger van Lambertus aanwees. Floribane - de gemalin van Hubertus - was de enige erfdochter van Dagobert, graaf van Leuven. Zij trouwde met Hubertus in 682. Samen krijgen ze een zoon Floribertus. Deze wordt vlak na Hubertus' bekering geboren. Maar op het kraambed sterft Floribane. Daarop geeft Hubertus al zijn wereldse bezittingen op, geeft ook zijn titels weg en draagt de zorg voor Floribertus op aan zijn broer Eudon. Floribertus zou later de 2de bisschop van Luik worden. Van hem bestaat het vermoeden dat hij eerder een volgeling van Hubertus was dan een lijfelijke zoon. Hubertus zou zich na het overlijden van zijn vrouw - bij de geboorte van Floribertus - als kluizenaar teruggetrokken hebben. Daarvoor leefde hij vooral voor de jacht, maar kwam tot geloof, werd tot priester gewijd en werkte als missionaris in Brabant en de Ardennen, wat hem de naam 'Apostel van de Ardennen' opleverde.

... bisschop...
Na het zien van het hert werd Hubertus van gepassioneerd jager - en na het overlijden van zijn vrouw; zij overleed pas nadat hij het hert zou hebben gezien - eerst kluizenaar en daarna kloosterling in Maastricht en Stavelot. Onder de hoede van Lambertus, bisschop van Maastricht, werd hij priester en diens assistent. Na zijn priesterwijding pelgrimeerde hij naar Rome. Toen Hubertus in Rome was - in 708 of 709 - werd Lambertus vermoord en benoemde paus Sergius Hubertus tot de 21ste - en naar later bleek de laatste - bisschop van Maastricht. Gezegd wordt dat Lambertus in Luik stierf als strijder voor de onontbindbaarheid van het huwelijk door de lans van een sluipmoordenaar. Daar zou de eerder genoemde Pepijn van Herstal de hand in hebben gehad. Pepijn leefde immers samen met een concubine - Alpaïs - en zowel Lambertus als Hubertus excommuniceerden Pepijn. Lambertus werd daarom vermoord en het leverde Hubertus de ergernis op van Karel Martel, een zoon van Alpaïs. Vanuit Maastricht bekeerde Hubertus de streken bezuiden de Waal en Rijn tot het christendom. Boven deze rivieren missioneerde toen Willibrordus. Ook stichtte Hubertus - naar men zegt - rond het jaar 710 het klooster van Andage waar hij later herbegraven werd. Andage in de Ardennen werd na die herbegrafenis omgedoopt in Saint Hubert.Hubertus verlegde de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. Dat deed hij omdat hij visioenen kreeg waarin God hem zei Lambertus in Luik te begraven, op de plaats waar Lambertus vermoord was. Dat gebeurde in 718.

... heilige
Geboren in 656 stierf Hubertus als bisschop van Luik op 30 mei 727 - volgens de een - in Tervuren bij Brussel (B), volgens de ander in Fura. Want ook hier duikt in de eerste Hubertusbiografie weer een andere mogelijk op, namelijk dat hij in het bijna gelijkluidende en in de Voerstreek gelegen Fura gestorven is. Dit sluit ook meer aan bij het gegeven dat hij op zijn eigen domein is gestorven. De oorzaak is zou een ontsteking van zijn hand zijn geweest, veroorzaakt door een klap met een hamer bij de reparatie van een vissersboot. En die boot zou aan de Maas hebben kunnen gelegen. Ook de beschrijving van de begrafenisweg van zijn sterfplaats naar Luik, geeft aan dat Hubertus eerder in Fura dan in Tervuren is overleden. Er is daarin sprake van een weg van 30 mijlen (30.000 passen: 1 mijl (milla) waren 1.000 Romeinse stappen). Daarnaast wordt Fura al heel vroeg in aktes genoemd en Tervuren niet eerder dan in 1225. Begraven werd Hubertus eerst in de Sint Peterskathedraal in Luik. Daar vond op 3 november 743 de 'Verheffing' van zijn stoffelijke resten plaats en werd Hubertus in het hoofdaltaar bijgezet. Zijn lichaam is dan - 16 jaar na zijn dood - nog helemaal gaaf. In 744 volgt Hubertus' heiligverklaring. Dat gebeurde toen nog door normale mensen die Hubertus wonderen toedichtten. Pas in 1170 werden de heiligverklaringen een pauselijke taak.

Later - op 30 september 825 - werd Sint Hubertus onder leiding van de Luikse bisschop Walcaud herbegraven in het Benedictijnenklooster Sint Pieter van Andage. Op de resten van het kerk van Andage werd een kerk gebouwd, gewijd aan Sint Hubertus. Later gaf Hubertus ook zijn naam aan het dorp dat rondom de kerk met zijn graf ontstond: Saint Hubert. Over de reden van zijn herbegraven in het veraf gelegen Andange - ten nadele van het veel bekendere bekende Luik - is geen duidelijkheid. Wellicht om het klooster een betere positie te geven in geestelijk en financieel opzicht. En wellicht kreeg Walcaud daardoor meer invloed in dit deel van zijn diocees. Alleen de Hubertussleutel bleef in de St Pieterskerk achter en werd tijdens de Franse Revolutie naar de kerk van St Croix in Luik overgebracht.