Haarwild en andere kleine zoogdieren





 
Haas Lepus europaeus
(E)Brown hare
, Hase, (D)Hase

Uiterlijk:
Kopromp van 50-65 cm.
Gewicht van 2,5-6 kg
 Biotoop: Hazen leven in gras- en akkerland, met een voorkeur voor kleinschalige landbouwgebieden met afwisselende gewassen. Bosranden, windkeringen, ruigtezomen en heggen worden vooral in de winter als rustplaats gekozen. Hun legers worden ook in hoger gras of tussen de kluiten van een geploegde akker gemaakt.
 Leefwijze: Het haas is overwegend in de nacht en vooravond actief; in het voorjaar en zomer ook in de schemering en overdag. Hij heeft leeft solitaire en is sterk plaatsgebonden.
 Voortplanting: Paartijd: december tot augustus
Draagtijd: 41 tot 44 dagen
Aantal worpen: ongeveer 3 per jaar
Worpgrootte: 1-5 met een gemiddelde van 11 jongen per jaar
 Voedsel: Hazen eten grassen, kruiden en akkerbouwproducten. Bij hoge sneeuw eten ze ook knoppen en loten van struiken en schors.
 Voorkomen in Nederland: Hazen komen in heel Nederland voor.
 Jacht en schadebestrijding:
Jacht op hazen is toegestaan van 15 oktober tot en met 31 december.





 
Konijn Oryctolagus cuniculus
(E)Rabbit
, Kaninchen, (D)Kaninchen

Uiterlijk:
Kopromp 35-45 cm
Gewicht 1,2-2,5 kg
 Biotoop: Konijnen hebben een voorkeur voor droge, zandige gebieden en halfopen landschappen. Ze komen nauwelijks voor in open grasland en mijden vochtige terreinen of zware klei, waarin ze geen holen kunnen graven.
 Leefwijze: Konijnen zijn overwegend in de schermer en nacht actief. Een hol of burcht wordt door één familie van maximaal tien leden bewoond. Binnen deze familie bestaat een onderlinge rangorde. Meestal is er een dominant paar met enkele ondergeschikte rammelaars en moertjes. Dit zijn meestal de nakomelingen van dat paar.
 Voortplanting: Paartijd: januari tot augustus
Draagtijd: 28-30 dagen
Aantal worpen: 2-3 nesten
Worpgrootte: 1-9 lampreien
 Voedsel: Het voedsel van konijnen bestaat uit allerlei grassen, kruiden, loten van jonge struiken en boompjes en bast. Ruwbladige en zure plantensoorten, en hoog gras worden gemeden.
 Voorkomen in Nederland: Het konijn komt in heel Nederland voor.
 Jacht en schadebestrijding:
Jacht op het konijn is toegestaan van 15 augustus tot en met 31 januari. Schadebestrijding is het hele jaar door mogelijk.
Bij het bekijken van reeksen afschotcijfers op jachtveldniveau, springen de pieken en dalen direct in het oog. Deze worden veelal veroorzaakt door de aan- of afwezigheid van myxomatose. In de jaren tachtig van de vorige eeuw herstelden konijnenpopulaties zich na myxomatose uitbraken. Na 1990 is dit beeld duidelijk veranderd. Door een nieuwe virusziekte onder de konijnen, het Viraal Haemorrhagisch Syndroom (VHS), dat in 1990 voor het eerst in ons land is waargenomen, is het bergafwaarts gegaan met de konijnen. Lokaal kunnen aantallen sterk verschillen. In sommige jachtvelden zijn ze helemaal verdwenen en wordt door de decimering van de stand het konijn in veel jachtvelden niet meer bejaagd. In andere jachtvelden kunnen aantallen sterk toenemen en vindt schadebestrijding plaats.





 
Vos Vulpes vulpes
(E)Fox
, (D)Fuchs

Uiterlijk:
Kopromp 56-78 cm
Gewicht 3,5-10 kg
 Biotoop: Vossen komen voor in bosrijke gebieden, parklandschappen, heide en venen, duinen, polders en landbouwgebieden. Eigenlijk zijn ze overal waar voedsel en dekking te vinden is, en waar een hol gegraven kan worden. Hij jaagt vaak in zoomgebieden, tussen verschillende biotopen in, vanwege het hoge voedselaanbod.
 Leefwijze: De vos is voornamelijk een schemer- en nachtdier. Ze leven in familiegroepen waarbij vooral de vrouwtjes een gezamenlijk territorium delen.
 Voortplanting: Ranstijd: december tot februari
Draagtijd: 52 dagen
Aantal worpen: 1
Worpgrootte: gemiddeld 4 tot 5
 Voedsel: Vossen eten knaagdieren, konijnen, hazen, vogels, regenwormen, kevers, eieren, aas en afval. Ook bosvruchten en valfruit maken deel uit van hun menu. Bij overvloedig aanbod kan een deel verstopt worden en wordt teruggevonden door middel van herinnering en geur.
 Voorkomen in Nederland: Komt in alle provincies van Nederland voor.
 Jacht en schadebestrijding:
De toename van de omvang van de vossenpopulatie alsmede het verspreidingsgebied komt ook tot uitdrukking in het afschot. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw werden er ca. 8.500 vossen geschoten. In het seizoen 2007/08 bedroeg dat aantal naar schatting 19.475. De sterke terugval van het afschot in de periode 2002- 2005 is een gevolg van wetswijziging. Met ingang van de Flora- en faunawet in 2002 behoort de vos niet langer tot de wildsoorten. Afschot is vanaf dat moment alleen mogelijk op basis van vrijstelling of ontheffing. In een aantal provincies zijn ter bescherming van grondbroeders en ter voorkoming van schade aan pluimvee in beperkte mate ontheffingen verstrekt voor het doden van vossen. Soms waren die ontheffingen evenwel maar van korte duur vanwege bezwaar- en beroepsprocedures. In 2006 heeft de minister van LNV de vos op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst. Dit betekende dat vossen weer vrij konden worden geschoten, mits toestemming van de grondgebruiker. Ook het gebruik van inloopkooitjes was daarmee toegestaan. Bovendien werden er door verschillende provincies lokaal ontheffingen verstrekt voor het gebruik van kunstlicht.





 
Das Melis melis
(E)Badger, (D)Dachs


Uiterlijk:
Kopromp 67-80 cm
Gewicht man 9,1-16,7 kg en vrouw 6,6-13,9 kg
 Biotoop: De das heeft een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen.
 Leefwijze: Dassen leven in familiegroepen van 3 tot 4 dieren en onder gunstige omstandigheden wonen in een burcht tot 20 dassen. Hoewel ze niet strikt monogaam zijn, blijven paren vaak voor het leven bij elkaar. De das is een nachtdier dat in de schemering de burcht verlaat.
 Voortplanting: Paartijd: meestal in de vroege lente
Draagtijd: implantatie van bevruchte eicel meestal in december. Daadwerkelijke dracht duurt 7 weken.
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 2-3 jongen
 Voedsel: De das is een omnivoor. Hij eet regenwormen, bosvruchten, valfruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en insectenlarven.
 Voorkomen in Nederland: Dassen komen vooral voor in Drenthe, Gelderland, Limburg en Overijssel.
 Jacht en schadebestrijding:






 
Boommarter Martes martes
(E)European pine marten
, (D)Baummarder

Uiterlijk:
Kopromp man 48-53 cm en vrouw 40-45 cm
Gewicht man 1200-1900 g en vrouw 850-1300g.
 Biotoop: Hoofdzakelijk bebost gebied met een voorkeur voor naaldbos of gemengd bos.
 Leefwijze: Voornamelijk in de schemering en ’s nachts actief. De nachtelijke activiteiten hangen sterk samen met de zonsondergang en zonsopkomst. De dieren leven meestal solitair, behalve in de ranstijd. Oudere dieren accepteren de aanwezigheid van jonge soortgenoten in hun leefgebied.
 Voortplanting: Ranstijd: juni-augustus
Draagtijd: verlengde draagtijd van 9-10 maanden. Daadwerkelijke draagtijd 1 maand
Aantal worpen: 1
Worpgrootte: 2-6 jongen
 Voedsel: In de winter eten boommarters bosmuizen, rosse woelmuizen, mollen, spitsmuizen. In de lente bestaat het dieet ook uit vogels en eieren. In de zomer en herfst eten ze voornamelijk plantaardige kost, zoals braam, rozenbottel en vogelkers. Verder worden hazen, spitsmuizen, eekhoorns, vleermuizen, insecten, regenwormen en honing gegeten.
 Voorkomen in Nederland: De boommarter is vrij zeldzaam in Nederland.
 Jacht en schadebestrijding:






 
Steenmarter Martes foina
(E)Beech marten
, (D)Steinmarder

Uiterlijk:
Kopromp man 40-52 cm en vrouw 37-48 cm
Gewicht man 1400-2100 g en vrouw 700-1700 g
 Biotoop: Steenmarters komen voornamelijk voor in en om menselijke bebouwing.
 Leefwijze: Steenmarters zijn vooral actief tussen zonsondergang en zonsopkomst. Lange winternachten onderbreekt hij vaak met rustpauzes. Tussen juni en september is de steenmarter soms ook ’s ochtends actief.
 Voortplanting: Ranstijd: juni tot augustus
Draagtijd: tot 9 maanden in verband met verlengde draagtijd.
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 1-5 jongen
 Voedsel: Steenmarters zijn omnivoren. Het voedsel van de steenmarter bestaat uit muizen en ratten, jonge konijnen, vogels, eieren, insecten, kikkers, regenwormen, vruchten, bessen, egels en menselijke etensresten.
 Voorkomen in Nederland: De steenmarter komt vooral voor in de Noordelijke provincies en in gebieden ten oosten van de Maas en de IJssel.
 Jacht en schadebestrijding:
Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld.





 
Bunzing Mustela putorius
(E)Polecat
, (D)Iltis

Uiterlijk:
Kopromp man 33-35 cm en vrouw 28-38 cm
Gewicht man 500-1800 g en vrouw 300-900 g.
 Biotoop: De bunzing stelt weinig specifieke eisen aan het biotoop en komt in een breed scala aan landschapstypen, mits er voldoende dekking is, voor. Hij heeft echter wel een voorkeur voor waterrijke gebieden.
 Leefwijze: Bunzingen zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief. In de periode juni - september wordt hij ook overdag gezien.
 Voortplanting: Ranstijd: maart en april
Draagtijd: 6 weken
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 4-6 jongen
 Voedsel: Het voedsel van de bunzing bestaat uit konijnen, hazen, bruine en zwarte ratten, woelratten, muskusratten, muizen, vogels, eieren, kikkers en padden.
 Voorkomen in Nederland: De bunzing komt voor in heel Nederland, behalve op de Waddeneilanden.
 Jacht en schadebestrijding:






 
Hermelijn Mustela erminea
(E)Stoat, (D)Hermelin

Uiterlijk:
Kopromp man 24-29 cm en vrouw 21,5-26 cm
Gewicht man 150-445g en vrouw 140-260 cm.
 Biotoop: De hermelijn komt voor in een breed scala aan landschappen, van bebost terrein en houtwallen tot aan polders.
 Leefwijze: Hermelijnen zijn zowel overdag als ’s nachts actief.
 Voortplanting: Paartijd: maart tot juni
Draagtijd: verlengde draagtijd van de bevruchte eicvel. Na 7 tot 10 maanden overgang in actieve draagtijd welke 10 weken duurt.
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 4 tot 8 jongen
 Voedsel: Het voedsel van de hermelijn bestaat uit woelmuizen en –ratten, konijnen, vogels en eieren.
 Voorkomen in Nederland: In Nederland komt de hermelijn voor op het vasteland van Nederland en op Texel en Terschelling.
 Jacht en schadebestrijding:






 
Wezel Mustela nivalis
(E)Weasel, (D)Wiesel


Uiterlijk:
Kopromp 15-24 cm
Gewicht 65-150 g
 Biotoop: De wezel leeft in bossen, moerassen, duinen, wei- en akkerland. Soms komen ze dicht bij behuizing voor, maar meestal in de buurt van ruigten, bosschages en andere dekking biedende elementen.
 Leefwijze: Wezels zijn zowel overdag als ’s nachts actief. Ze leven solitair, behalve tijdens de voorplantingstijd.
 Voortplanting: Paartijd: Kan het gehele jaar plaatsvinden, maar voornamelijk februari-april
Draagtijd: 35 tot 40 dagen
Aantal worpen: meestal 1, soms 2 per jaar
Worpgrootte: 4-12 jongen
 Voedsel: Het voedsel van de wezel bestaat voornamelijk uit woelmuizen. Bij schaarste aan woelmuizen staan ook bosmuizen en vogeltjes op het menu. Het dieet wordt aangevuld met eieren, kikkers en insecten.
 Voorkomen in Nederland
In heel Nederland, behalve op de Waddeneilanden, komt de wezel voor.
 Jacht en schadebestrijding:






 
Eekhoorn Sciurus vulgaris
(E)Squirrel, (D)Eichhörnchen


Uiterlijk:
Kop-romplengte: 21 - 25 cm
Staartlengte: 14 – 22 cm
Gewicht: 230 – 415 gr
Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot.
 Biotoop: De rode eekhoorn komt voor in diverse bostypen, maar vooral in loofbossen. Ook in gemengd bos, houtwallen, parken en aan randen van steden kunnen ze leven.
 Leefwijze: Eekhoorns zijn vooral in de vroege ochtend en namiddag actief. Voedsel zoeken ze in bomen en op de grond. Ze kunnen goed springen en klimmen en bewegen zeer behendig tussen bomen en takken. De staart dient daarbij als evenwichtsorgaan. De eekhoorn daalt altijd met de kop naar beneden af van een boomstam. Eekhoorns kunnen prima zwemmen.
Hoewel ze in de winter minder actief zijn, kennen eekhoorns geen winterslaap . Bij regen, storm, ijzel of wanneer er een dik pak sneeuw ligt, blijft de eekhoorn (hooguit enkele dagen) in zijn nest. Met name in de herfst eten ze extra veel om een vetreserve aan te leggen en leggen ze voedselvoorraden aan om de wintermaanden door te komen. Eekhoorns verstoppen voedsel in de grond maar ook in boomholtes of de oksel van een boomstam. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) kunnen ze dankzij hun reukvermogen weer opsporen. Doordat eekhoorns echter niet alle voedsel terugvinden, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. Eekhoorns ‘stelen’ geen eten van soortgenoten.
 Voortplanting: De voortplantingsperiode is van december tot februari en van mei tot juni. In slechte voedseljaren slaan de vrouwtjes de eerste periode vaak over. Verschillende mannetjes achtervolgen in de paartijd eenzelfde vrouwtje en proberen met haar te paren. Na de paring leven ze weer apart. De draagtijd duurt 5-6 weken. In deze periode bouwt het vrouwtje haar kraamnest dat steviger is dan een gewoon nest en gemaakt van gevlochten takken en dik bekleed met gras. Hierna worden 2 tot 5 kale en blinde jongen geboren. Met drie weken zijn ze behaard en na vier weken gaan de ogen open. De jongen worden tien weken gezoogd, waarna ze vrij snel zelfstandig worden. Na drie maanden worden ze door de moeder uit haar territorium gejaagd. Na tien maanden zijn de jongen geslachtsrijp.
 Voedsel: Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels.
 Voorkomen in Nederland: Algemeen voorkomend in Nederland
 Jacht en schadebestrijding:






 
Verwilderde kat Felis catus
(E)Cat, (D)wilde Katze


Uiterlijk:
Kopromp kater van 45-62 cm en poes 45-56 cm
Gewicht kater 3,1-6,5 kg en poes 2,0-5,5 kg
 Biotoop: Vaak horen de verwilderde katten bij een boerderij of een huis in een dorp, waar ze overdag slapen en te eten krijgen; ’s nachts leiden ze een zwervend bestaan, waarbij ze soms een territorium op kilometers afstand van hun huis hebben. Het leefgebied van katers overlappen die van meerdere vrouwtjes. Naast een gemeenschappelijke ontmoetingsplek hebben ze vaak een eigen jachtveld.
 Leefwijze: Het gedrag van een verwilderde kat gaat steeds meer op die van een wilde kat lijken. Ze blijven echter wel in familiegroepen leven. Leden van de familiegroep zijn via de vrouwelijke kant aan elkaar verwant. Buitenstaanders worden geweerd. Poezen zijn dominant over hun nakomelingen en katers over de poezen.
 Voortplanting: Ranstijd: februari tot eind maart
Draagtijd: 55 dagen
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 2-6 kittens
 Voedsel: Het menu bestaat uit woelmuizen, jonge konijnen, vogels, ware muizen, mollen en soms aas. Hoe dichter bij huizen of boerderijen des te meer kattenvoer, huiskost of afval wordt gegeten.
 Voorkomen in Nederland: In heel Nederland komen verwilderde katten voor.
 Jacht en schadebestrijding:
Verwilderde katten en hun nakomelingen voeden zich met allerlei in het wild levende dieren en kunnen daardoor schade aanrichten aan de fauna. Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld. Ter bescherming van die fauna worden verwilderde katten gedood, ook in verschillende natuurgebieden.





 
Muskusrat Ondatra zibethicus
(E)Muskrat, (D)Bisamratte


Uiterlijk:
Kopromp 25-35 cm
Gewicht 600-1800 g
 Biotoop: De muskusrat leeft in oevers van vijvers, plassen sloten en kanalen; ook in moerassen. Langzaam stromend water met begroeide oevers heeft de voorkeur.
 Leefwijze: Muskusratten zijn vooral actief in de namiddag en vroege avond, maar soms ook ’s nachts en in de vroege ochtend. In rustige gebieden en tijdens trekperioden kunnen ze ook overdag waargenomen worden. Bij droogte kunnen ze ook op grote afstand van het water te vinden zijn.
 Voortplanting: Paartijd: maart tot september
Draagtijd: 4 tot 5 weken
Aantal worpen: 2 tot 3 per jaar
Worpgrootte: gemiddeld 3 tot 8 jongen
 Voedsel: Het dieet van de muskusrat bestaat uit waterplanten, (schijn)grassen, wortels, wortelstokken en cultuurgewassen langs de waterkant. Een enkele keer worden ook zoetwatermosselen, kreeften en vis gegeten.
 Voorkomen in Nederland: De muskusrat is een exoot die in heel Nederland voorkomt.
 Jacht en schadebestrijding:
In 2010 zijn er in Nederland 119.482 muskusratten gevangen. Ten opzichte van 2009 is dit een daling van 35.599 vangsten. Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld.





 
Bruine rat Rattus norvegicus
(D)Brown Rat, (D)braune Ratte

Uiterlijk:
De kop-romplengte bedraagt 21 tot 29 cm[2], de staartlengte is 150 tot 230 mm en het lichaamsgewicht 150 tot 520 gram. De zwaarst bekende bruine rat woog 794 gram. Mannetjes worden groter dan wijfjes. De bijna kale staart is altijd korter dan het lichaam. De staart heeft 160 tot 190 ringen. Het dier heeft kleine licht behaarde oren en, in het wild, over het algemeen een ruige grijsbruine vacht. De vacht is aan de buikzijde lichtgrijs van kleur. In het wild komen verscheidene variaties voor, van zwart tot bruin. Soms zijn de voorpoten zeer licht van kleur, en heeft de borst een witte vlek. De rat heeft een vrij korte snuit en is, vooral voor een knaagdier, stevig gebouwd.
 Biotoop: De bruine rat vestigt zich het liefst in een vochtige en een niet te warme omgeving. De bruine rat voelt zich dus al snel ergens thuis, vooral in de buurt van de mens. Zijn favoriete habitats zijn kelders, kruipruimten, schuren, stallen, vuilnisbelten, graan- en houtopslagplaatsen, aan de rand van sloten en dijken, onder de grond in uitgebreide holen en op sommige plekken in de buurt van riolen en ander vervuild water. Bruine ratten leven echter ook in gebieden waar geen mensen voorkomen, zoals op onbewoonde eilanden. In sommige delen van Rusland zijn bruine ratten zo'n zeventig kilometer van menselijke nederzettingen aangetroffen.[bron?] In tropische gebieden houden ze zich echter meestal in de buurt van nederzettingen op, tenzij er weinig concurrentie met andere knaagdieren is. Een bruine rat die 's zomers in de natuur bij slootkanten leeft, trekt 's winters vaak naar de warmte van huizen.
 Leefwijze: Ratten leven in kleine sociale groepen, bestaande uit een dominant mannetje, een harem vrouwtjes en enkele ondergeschikte mannetjes. Deze groepen kunnen zich vaak samenvoegen tot grotere kolonies.
 Voortplanting: Bruine ratten planten zich het gehele jaar door voort, mits er voldoende voedsel is en er geen extreme temperaturen zijn. De voortplanting zal toenemen en er zullen meer jongen geboren worden wanneer de populatiedichtheid daalt (bijvoorbeeld door menselijk ingrijpen). De draagtijd is 20 tot 23 dagen. Een vrouwtje kan één tot vijftien jongen per worp krijgen, maar meestal krijgt het vrouwtje zeven tot negen jongen.
 Voedsel: et is een alleseter, die voornamelijk leeft van eiwit- en zetmeelrijk voedsel. Hij leeft onder andere van graan, zaden, slakken, larven, kikkers, jonge zoogdieren, vogeleieren en aas, maar zal ook aan botten knagen en aan andere ongewone producten zoals zeep en kaarsen. Kannibalisme komt ook voor, voornamelijk ten gevolge van een eiwittekort.
 Voorkomen in Nederland: Komt in alle provincies van Nederland voor.
 Jacht en schadebestrijding:
Als men last heeft van ratten is rattenbestrijding altijd noodzakelijk.





 
Verwilderde nerts Mustela vison
(E)American mink, (D)wilde Nerze


Uiterlijk:
Kopromp 33-45 cm
Gewicht man 850-1850 gr en vrouw 450-850 gr
 Biotoop: De verwilderde nerts houdt zich vooral op in bosrijke gebieden met voldoende dekking, langs oevers van langzaam stromende beken en rivieren, kust- en moerasgebieden, stilstaande wateren en rietvelden.
 Leefwijze: Verwilderde nertsen zijn voornamelijk in de schemering en ’s nachts actief. Ze leven over het algemeen solitair en brengen 80 tot 85 procent van hun tijd door in hun hol.
 Voortplanting: Paartijd: februari-april
Draagtijd: 6-11 weken
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: 6 jongen
 Voedsel: Het voedsel van de verwilderde nerts bestaat uit vissen kleiner dan 15 centimeter, vogels, schaaldieren zoals rivierkreeft, kikkers en ongewervelden. Konijnen, ratten, muizen, jonge meerkoeten, waterhoentjes, soms eieren en aas worden ook gegeten.
 Voorkomen in Nederland:    Verwilderde nertsen zijn afkomstig uit nertsenfokkerijen. Het zal dan ook niet verbazen dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw het voorkomen van deze dieren grote mate van overeenkomst vertoonde met de verspreiding van deze pelsdierfokkerijen. Dit betrof voornamelijk midden en zuid Nederland. Meldingen van verwilderde nertsen waren toen vooral afkomstig van muskusrattenvangers. Huidige afschotcijfers geven aan dat de verwilderde nerts inmiddels ook aanwezig is in Overijssel en Drenthe. De grootste aantallen worden geschoten in het zuiden van ons land, in Noord-Brabant en Limburg. In 2006/07 werden er minimaal 192 van deze dieren gedood.
 Jacht en schadebestrijding:
Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld.





 
Wasbeer Procyon lotor
(E)Raccoon, (D)Waschbär


Uiterlijk:
kopromp 46-71 cm
Gewicht 5-10 kg
 Biotoop: Wasberen houden van afwisselende, bosachtige gebieden met oud loof- en gemengd hout, dikwijls in de omgeving van water. Ook moerasbossen zijn geliefd.
 Leefwijze: De wasbeer leeft meestal solitair. Wasberen zijn nachtdieren met een zeer verborgen leefwijze. De winterrust begint bij de eerste sneeuwval.
 Voortplanting: Paartijd: midden februari (tijdens een onderbreking van de winterrust)
Draagtijd: 9 weken
Aantal worpen: 2
Worpgrootte: 2-6 jongen
 Voedsel: Wasberen zijn alleseter. Hun menu bestaat uit maïs, haver, fruit uit boomgaarden, bosvruchten, vogels, insecten, kreeften, reptielen, amfibieën, slakken en regenwormen.
 Voorkomen in Nederland: De wasbeer is een exoot.
 Jacht en schadebestrijding:
Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld.





 
Wasbeerhond Nyctereutes procyonoides
(E)Raccoon dog, (D)Marderhund


Uiterlijk:
Kopromp 50-72 cm
Gewicht 3,5-8,5 kg
 Biotoop: Wasbeerhonden leven in bebost terrein. Vooral loofhout en gemengd bos met veel ondergroei, waterrijke gebieden, rietvelden en ook moeras- en oeverbos met hoge zandruggen hebben hun voorkeur. Ze komen ook in kleinschalige landbouwgebieden met groene structuren voor.
 Leefwijze: De wasbeerhond heeft een sociale leefwijze en is vooral ’s nachts actief. Ze slapen in paar- of familieverband en vaak wordt gezamenlijk van één prooidier gegeten. De winter is een rustperiode, die regelmatig voor korte uitstapjes in de omgeving wordt onderbroken.
 Voortplanting: Ranstijd: februari/maart
Draagtijd: 8-10 weken
Aantal worpen: 1 per jaar
Worpgrootte: gemiddeld 5-7 jongen
 Voedsel: De wasbeerhond zoekt voedsel langs de oever. Het menu bestaat voornamelijk uit knaagdieren en aas in de winter. In de zomer eet de wasbeerhond ook vis, kikkers, insecten, vogels en plantaardige kost.
 Voorkomen in Nederland: De wasbeerhond is een exoot.
 Jacht en schadebestrijding:
Schadebestrijding is op provinciaal niveau geregeld.



Bron: KNJV