De bejaagbare diersoorten


De Bejaagbare  wildsoorten



Haas Lepus europaeus
(E)Brown hare, Hase, (D)Hase


Beschrijving:
Opvallend bij het haas zijn de lange oren (lepels), de lange en krachtige achterpoten (lopers) , de grote amberkleurige ogen (kijkers) en het opvallende staartje dan van boven zwart en van onderen wit is (pluim).
Een volwassen haas kan 2,5 tot 6kg wegen en meet kopromp 50-65 cm.
 Biotoop: Het haas geeft de voorkeur aan open terrein met dekking in de vorm van hoog gras onder omheiningen, ruige slootkanten en hagen met ondergroei.
 Voorkomen: Hazen komen vrijwel overal in Nederland voor. Het haas is van oorsprong een steppebewoner maar voelt zich thuis in het open agrarische landschap. Ook in open bossen en op heidevelden kunnen we het haas tegen komen.
 Gedrag/leefwijze: Het haas is zeer waakzaam. Het zal zich vaak drukken en vertrouwen op zijn schutkleur. De haas leeft solitair en is sterk plaatsgebonden.
 Voortplanting: Moerhazen kunnen van december tot en met september drachtig zijn. Draagtijd ligt tussen de 41 en 44 dagen. Een gezonde moerhaas werpt per jaar gemiddeld 11 jongen, die bovengronds moeten overleven. Het aantal jongen per worp varieert tussen 1 en 4 jongen.
 Voedsel: Ouderwetse grassoorten, klavers en kruiden. In de winter knoppen en loten van struiken en schors.
 Jacht en schadebestrijding:
Jacht op hazen is toegestaan van 15 oktober tot en met 31 december.





 
Konijn Oryctolagus cuniculus
(E)Rabbit, Kaninchen, (D)Kaninchen


Beschrijving:
De vacht van het konijn is zandkleurig. De ondervacht is blauwachtig. Vooral op de rug hebben de haren van de vacht zwarte puntjes, waardoor de rug donkerder is. De buik en binnenzijde van de poten (lopers) en de onderkant van de staart (pluim) zijn wit.
Het gemiddeld gewicht van een volwassen konijn is 1,5kg.
Ze kunnen aanzienlijk zwaarder worden, al naar gelang het voedsel aanbod. Kopromp 35-45 cm.

 Biotoop: In rustige gebieden is het konijn ook overdag boven de grond. zij verbergen zich dan in de de dekking en blijven op hun hoede. Bij gevaar trommelen ze met de achterpoten om hun soortgenoten te waarschuwen en "lopen onder".
 Voorkomen: Het wilde konijn is afkomstig uit Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. In Nederland komt het wilde konijn op zand- en leemgronden en in de duinen, algemeen voor. Op lager gelegen gronden en natte gebieden graaft het konijn zijn holen in dijken, spoorbanen en dergelijke.
 Gedrag/leefwijze: Het konijn leeft in kolonies in ondergrondse holen (bouw, kast of wrang) die veel gangen kunnen hebben. Het wilde konijn is zeer honkvast. Het is een nachtdier dat meestal pas tegen de avond het hol verlaat.
 Voortplanting: De Sterkste rammelaar beheerst de konijnenkolonie en paart met verschillende moeren. Na het paren duurt het gemiddeld vier weken voor de jongen worden geboren (lampreien). Afhankelijk van het weer voor het eerst in februari of maart. Het moerkonijn kan vier tot zeven worpen produceren van vier tot negen jongen.
 Voedsel: Het voedsel bestaat uit grassen, kruiden, groenten, sappige uiteinden van takjes en in de winter ook schors en bast.
 Jacht en schadebestrijding:
Jacht op konijnen is toegestaan van 15 augustus tot en met 31 januari.
Schadebestrijding is het hele jaar door mogelijk.





 
Fazant Phasianus colchicus
(E)Pheasant, (D)Fasan


Beschrijving:
Raszuivere fazanten komen in Nederland nauwelijks voor. Van de hoenderachtige is de fazant de meest bekende. De haan en de hen hebben beide een lange staart. Die van de haan is een stuk langer dan die van de hen. De haan kan alle mogelijke kleuren hebben. Vooral op de borst en in de nek hebben de veren een metaalglans. De hen heeft een bruingevlekte schutkleur.
De haan meet ongeveer 82cm en weegt ongeveer 1250 gram, de hen meet ongeveer 58 cm en weegt zo'n 900 gram.
 Biotoop: De fazant is van oorsprong een vogel van de rivierdalen. Hij heeft een voorkeur voor landbouwgebieden met veel bosjes en bomen, rietgordels langs waters en meren, aan akkers grenzende vochtige bossen.
 Voorkomen: Fazanten komen in heel Nederland voor als standvogel. De fazant is in ons land een veel voorkomende broedvogel.
 Gedrag/leefwijze: De fazant is alleen overdag actief. Roesten doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen op zoek naar voedsel. Fazanten leven meestal in groepen. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met een paar hennen, maar ook wel eens alleen maar hanen. Iedere haan heeft tijdens de paartijd een eigen baltsplaats, waarop zich meestal enige hennen bevinden. Rivalen worden dan niet geduld.
 Voortplanting: In het voorjaar bakent de haan zijn gebied af en verdedigt dit fel.
Paartijd of balts begint in februari-maart
De hen maakt een nest in hoog gras of ruige begroeiing. Hierin legt ze 8 tot 12 olijfbruine tot blauwgrijze eieren (broedtijd: april-juli).
De broedduur is gemiddeld 24 dagen vanaf het laatste ei.
 Voedsel: Het voedsel van fazanten bestaat uit allerlei planten, zaden, bessen, wormen, slakken en insecten.
 Jacht en schadebestrijding:
De fazantenhaan mag van 15 oktober tot en met 31 januari bejaagd worden en de fazantenhen van 15 oktober tot en met 31 december.





 
Houtduif Columba palumbus
(E)Common wood pigeon, (D)Ringeltaube


Beschrijving:
De houtduif die in Nederland thuishoort, is blauwgrijs met een vaak lichtroze borst. opvallend zijn de witte vlek aan de zijkant van de hals, de witte band over de vleugel en het zwart uiteinde van de staart. Jonge duiven krijgen pas een witte vlek aan de als na de eerste rui periode. De houtduif is ongeveer 40 cm groot en weegt 400 tot 600 gram.
 Biotoop: Houtduiven leven in agrarische gebieden, gemengde bossen, stadsparken en in grote tuinen in vrijwel geheel Europa.
 Voorkomen: Het gehele jaar door komen houtduiven in Nederland voor. Ze trekken ’s winters rond naar de beste foerageerplekken. De populatie wordt aangevuld met wintergasten uit Scandinavië en Oost Europa.
 Gedrag/leefwijze: Houtduiven zijn overdag actief. Ze vormen koppeltjes die een jaar blijven bestaan. In de winter zwerven ze in grote vluchten rond. Tegen de avond ontstaat een zogenaamde slaaptrek in de richting van de roestplaatsen, waar ze in grote aantallen overnachten.
 Voortplanting: De tijd van baltsvluchten en broeden hangt sterk af van het weer. In een warm jaar kan deze lopen van februari tot november. Er zullen dan vaker eieren worden gelegd, met een duidelijke piek in mei en juni wanneer er veel voedsel is.
Houtduiven maken een eenvoudig nest van takjes en leggen daarin 2 witte eieren. Het broeden duurt 17 dagen.
 Voedsel: Houtduiven eten zaden, graan, scheuten, bladeren, eikels en allerlei bessen.
 Jacht en schadebestrijding:
Houtduiven worden bejaagd van 15 oktober tot en met 31 januari. Buiten het jachtseizoen vindt schadebestrijding met het geweer plaats op basis van een landelijke vrijstelling. De meeste houtduiven worden geschoten in het zuiden van Nederland.





 
Wilde eend Anas platyrhynchos
(E)Mallard, (D)Stockente


Beschrijving:
De wilde een is een zwemeend. De woerd heeft in zijn winterkleed een glanzend groene kope met een smalle witte halsband, een bruine borst, lichtgrijze onderdelen en een zwarte achterkant met enkele krulveren en witte staartpennen. De snavel is groen tot geelachtig. Het eendje is bruingevlekt en heeft een geelachtige snavel, een donkere rug en bruine zijden. De poten zijn oranje. De grootte is 58 cm en het gemiddelde gewicht is ongeveer 1000 gram.
 Biotoop: Wilde eenden komen in en buiten het broedseizoen overal voor. Ze hebben een voorkeur voor rustige, begroeide waterpartijen en nestelen ook bij rivieren en in steden. In het broedseizoen gaan de woerden naar grotere wateren om daar veilig te ruien. Tijdens de rui kunnen zij namelijk enige tijd niet vliegen.
 Voorkomen: Nederland. In strenge winters trekken Nederlandse eenden naar het zuiden.
 Gedrag/leefwijze: In de herfst vormen wilde eenden groepen van soms meer dan 1000 dieren op grote wateroppervlakten, van waaruit ze zich ’s avonds verspreiden om voedsel te zoeken. De vogels overwinteren op ijsvrij water of aan de kust; sommige trekken weg, andere blijven. Wilde eenden eten rusten overdag en fourageren ’s nachts onder andere op landbouwgronden. In de ochtend vliegen ze weer terug naar hun dagverblijven op en bij meren, plassen, poelen en sloten..
 Voortplanting: Paartijd: In de wintermaanden worden paartjes gevormd.
Broedtijd: maart tot juni
Aantal legsels: gewoonlijk 1 broedsel in een jaar
Aantal eieren: 10-12 groen- of geelachtige eieren
Broedduur: 24-28 dagen
 Voedsel: Het voedsel van de wilde eend bestaat voornamelijk uit plantendelen, zoals waterplanten, gras, eendenkroos, knolletjes van aardappelen, eikels, peulvruchten en granen. Insecten, visjes en kreeften kunnen ook deel uitmaken van hun menu.
 Jacht en schadebestrijding:
Jacht is toegestaan van 15 augustus tot en met 31 januari.





Zonsopkomst en -ondergang

Buienradar.nl: dagelijkse informatie over zonsopkomst en -ondergang tijden  



Bron: KNJV